Column ‘koffieTcacao #12′: Surrogaat

Column ‘koffieTcacao #12′:
Surrogaat

Soms verlies ik goede chocolade even uit het oog en in een dergelijke toestand van toenemende ontbering ben ik vatbaarder voor bedrog. Afgelopen maand viel ik twee keer voor verleiders die me koud en vervreemd achterlieten.

De eerste was zwart. Ik ken hem al lang. Hij is charmant en door velen geliefd. Als ik hem tot mij neem, is het eerder in het geniep. Ik liet me al eerder door hem verleiden, maar dat bekoorde nooit echt. Wat ik bij hem mis, is diepgang. En toch, die avond had ik wel zin, en gebeurde het weer. Alweer een ontgoocheling.

Van de tweede had ik een kleurrijkere verwachting. Ik pikte hem op in de bioscoop, maar het werd pas wat op de weg terug, op een saai lang fietspad tijdens een kille, pikdonkere avond in Zeeland. Ik wilde gewoon even alles vergeten. Maar het bekoorde niet. Het was als een orgasme waar de angel uitgehaald was.

Ik heb het over een reep zwarte Côte d’Or en een pakje M&Ms, natuurlijk, maar ook over Timor en Manu.

Want wat hebben nep-chocolade en foute relaties met elkaar gemeen? Ze lijken de sleutel te hebben voor één van jouw slotjes. Je zet je tanden erin en je wil twijfelend meer, niet omdat ze zo lekker zijn, niet om wat er uit komt, maar om wat er nog ‘in’ zit. Het zijn surrogaten. Het woord verlinkt zichzelf: een surrogaat is een suikerklontje met een groot gat erin. Als een fata morgana. Je duikt erin maar je belandt op je neus.

Geeft Michael Pollan niet ergens de richtlijn: eet niets dat je overgrootmoeder niet zou kunnen identificeren als voedsel? Eet echt voedsel, zegt hij, geen voedsel-achtige substanties. Het verschil ken je best, je hoeft zelden eerst te proeven. Hetzelfde geldt voor bed- of levenspartners. De beste manier om het verschil te blijven kennen is niet eens om te vergelijken, maar om zo vaak mogelijk – of, waarom niet: altijd – voor echt en voor goed te gaan. Daarna haal je de bedriegers er zo wel uit, en je laat ze niet binnen in je lijf. Want dat is het ding bij surrogaten: ze rammelen met je lijf, maar ook met je kop. Je gaat in fabeltjes geloven.

‘Echt en goed’, zowel in chocolade als in relaties, is als de belichaming van een essentie, van liefde, tout court. Het is een ervaring die haar eigen beloning inhoudt, geen omweg naar iets anders. Al wat het wil, is zichzelf blootgeven. Geen valstrik. Geen verborgen agenda. Het is een puur stukje natuur dat op al je knoppen tegelijkertijd drukt en die je zintuiglijke applausmeter door het rooie doet gaan. Het is die vraag die alleen met een volmondig ‘ja’ kan beantwoord worden.

De volgende keer dat je in de al dan niet spreekwoordelijke supermarkt staat, denk daaraan. Don’t go for second best, baby.

~~~~~

Dit is Pantoufle’s twaalfde column voor het magazine koffieTcacao. Deze column vind je in hun twaalfde nummer, in de winkel of in jouw lokale koffieplek vanaf eind oktober 2014. Post je reacties op Facebook!