Column ‘koffieTcacao #3′: Hagelslag

Column ‘koffieTcacao #3′:
Hagelslag

Hagelslag. Het overviel me als een donderslag bij heldere hemel tijdens de afdaling van een besneeuwde bergtop in het noorden van California. Terwijl mijn wandelbuddy Amber haast huppelde, gleed ik letterlijk op mijn achterste de berg af, na elke val slechts halthoudend wanneer sneeuw of zand of een tak me de weg versperde.

Eerder die dag had ik na een huilbui pannekoeken gebakken. Dat kwam in mijn verdriet spontaan bij me op. “You can make these anytime!” riep Amber enthousiast. Ik voelde me plots een beetje trots op onze Belgische pannekoeken, ook al komen ze wellicht gewoon uit Frankrijk. Een berg beklimmen na tranen vergt meer moed, ondervond ik. Mijn gedachten dwaalden af naar nog meer troostvoedsel uit het Belgische keukentafelrepertoire. Als kind was het het vooruitzicht op spaghetti met bolognaisesaus of pannenkoeken met suiker dat de wandelingen in de Ardennen de moeite waard maakte. Maar nu ik in de Californische hoogten met bevroren achterste aan een tak bungelde na een zoveelste schuifsessie, dook er plots een ander gemis op. Muizenstrontjes!

“Mouse droppings!” riep ik, “do you have those here?” Geen antwoord. “You know, those little chocolate kernels that are shaped like mouse droppings! Do you know what I mean?” We hielden even halt en Amber fronste: nooit van gehoord. Waarlijk, beeld je daar even de draagwijdte van in: Amerikanen groeien op zonder hagelslag! Die heerlijke chocoladekruimels op een boterham, liefst een witte. Op zulke boterhammen deed je steevast een pak meer boter, zodat de muizestrontjes bleven plakken. En dan dichtvouwen, zodat het teveel aan hagelslag in de plooi van het stukje brood terechtkwam in een hoopje. Vervolgens bijten, waarbij de strontjes tikkend op het bord kletterden. Al naargelang de setting en het gezelschap bestond het orgelpunt er dan uit om een natgemaakte vinger op de gevallen muisjes te drukken en ze alsnog naar binnen te werken, ofwel om gewoon ongegeneerd je bord uit te likken.

“Lap!” dacht ik op zijn Vlaams. De afgelopen maanden kreeg ik mailtjes van mensen die me benijden om mijn chocoladeavonturen. Maar hier stond ik. In het land van de artisanale chocoladerevolutie. In California, foodie central. De smaak van Hawaiaanse verse cacao nog achterop de tong. Simpelweg, maar hopeloos verlangend naar een witte boterham met hagelslag.

Liefste thuisblijvers, neem dit van me aan: You don’t know what you’ve got ‘till it’s gone.

~~~~~

Dit is Pantoufle’s derde column voor het nieuwe magazine koffieTcacao. Deze column vind je in hun derde nummer. Post je reacties op Facebook!