Column ‘koffieTcacao #1′: Minder, beter, trager, duurder, dieper en heiliger

Column ‘koffieTcacao #1′:
Minder, beter, trager, duurder, dieper en heiliger

Gelukkig dat het nieuwe magazine koffieTcacao aan mijn oren trok om een column voor hen te schrijven, want na bijna drie maand in Hawaii heb  jullie intussen heel wat te vertellen. Onderstaande column vind je in hun eerste nummer, nu in de krantenwinkel! Post je reacties op Facebook!

Zes maanden op Hawaii op chocolade-excursie. Hawaii? Chocolade? Zie ik in je verbeelding taferelen met palmbomen, witte stranden en hoelarokjes opduiken? Zoom dan even uit en vervang ze door een paar actieshots met ondergetekende in de hoofdrol. Ploeteren in drassige en muggenrijke boomgaarden, zeulen met zware zakken mest, putten graven in de brandende zon, metalen beschermhoezen plooien uit kippengaas in de stromende regen.

Voor mij is chocola inmiddels een product waar stijve spieren, zonnebrand, infecties, blaren, gescheurde kledij en bloed, zweet en tranen aan voorafgaan. Ergens wist ik dat natuurlijk, toen ik op mijn chocoladereis vertrok. Dit was precies wat ik wilde ervaren. Op Hawaii is het telen van koffie en cacao een vorm van recreatie. Velen houden er nog een andere job of gewas op na of komen hier pas boeren nadat ze met pensioen zijn gegaan. Zelf probeerde ik wat bij te verdienen door koffie te plukken. Voor 50 cent per pond leverde me dat 15 dollar op na 4 uur plukken. Als dit mijn voltijdse baan was, dan zou ik niet alleen koffi ebesjes zien vliegen in mijn slaap, ik zou honger lijden. En dat is natuurlijk precies de situatie van koffieboeren in het zuiden. Velen verdienen niet eens 3 dollar per dag.

Met cacao is het niet anders. Jaarlijks verdwijnt er 4 miljoen ton cacao in onze westerse buiken. Ongeveer 16 miljoen mensen zijn voor hun inkomen afhankelijk van de productie van cacao (4 tot 5 miljoen daarvan zijn boeren in het zuiden). Dat cijfer bracht me in België al van de wijs. Stel je die levens voor, alle 16 miljoen, opgedragen aan cacao, zwoegend voor ons sensuele stukje snoepgoed. Het werken in de boomgaard heeft zijn eigen soort sensualiteit. Ik besef dat ik chocola nu pas echt ‘aan den lijve’ ervaar. De lessen die ik hier leer, prenten zich in mijn lichaam in. Terwijl ik mijn kleine cacaoboomgaard doorkruis, probeer ik me de miljoenen hectaren grond in te beelden die wereldwijd ingepalmd zijn door cacao. Het voelt zo onlogisch allemaal. Helemaal niet duurzaam. Het ‘voedsel van de goden’, gedegradeerd tot goedkope, hapklare brokjes voor de massa aan de andere kant van de evenaar. Vaak lig ik wakker in mijn tentje en ik vraag me af wat dit nu betekent voor mijn chocolademissie. Wat het betekent voor Pasen en voor Sinterklaas.

Mijn voorlopige antwoord is dit: net als een goede wijn moet goede chocola gewoon veel duurder worden. We moeten betere chocola maken en er minder van eten zodat we er dieper van kunnen genieten. Ten derde moeten we alles wat met chocola te maken heeft trager doen: trager maken, trager vervoeren, trager eten. Tot slot moet cacao weer heilig worden, als in: een weg naar extase, een kostbaar en zeldzaam goed. Wat jij kan doen? Oefenen! Ga zitten met een stukje chocola, sluit je ogen en geniet. Met minder weliswaar, maar beter, trager, dieper en heiliger.