Column ‘koffieTcacao #6′: Rosa’s les

Column ‘koffieTcacao #6′:
Rosa’s les

Mijn grootmoeder is heengegaan. 90 werd ze. Omdat ze mijn meter was, draag ik haar naam, Rosa, en dat doe ik vandaag met hernieuwde trots. Rosa rolt over de tong en staat tegelijk als een huis en dan heb ik het zowel over het woord als over mijn grootmoeder. Onvermoeibaar was ze, pienter en eigenzinnig. De gedrevenheid waarmee ze van nature overal doorheen wervelde, zette de toon voor een nageslacht dat je gerust temperamentvol kan noemen. In ’t Antwerps zouden we zeggen dat ze een ‘moteureke in haar gat’ had. Jaren nadat ze haar auto had opgegeven, holde ze te voet nog overal naartoe. En als je haar – luttele jaren geleden nog – al hollend tegenkwam, dan was de kans groot dat ze onderweg was naar een kerk, een bakker of een chocolatier.

Bij mijn grootmoeder had de nood aan goede koffie (van levensbelang!), top-chocolade (een achtste sacrament) en hoogwaardige pattisserie (de hoeksteen van elke sociale gebeurtenis van betekenis) iets religieus. Ik weet niet zeker of ik haar een fijnproever zou noemen, want dat roept beelden op van geheven vingertjes en opgehaalde neuzen. Mijn grootmoeder was eerder een volproever, iemand die beschikte over goed getrainde smaakpapillen met een ingebouwde ‘bullshit meter’. Eentje die zich niet bij de neus liet nemen en gebrand was op ‘goeie marchandies’. Waarmee ze zoveel bedoelde als ‘goed spul’. Sappiger gezegd: ‘je-gaat-me-niet-liggen-hebben-met-namaak-en-waag-het-niet-me-een-kat-in-een-zak-te-verkopen spul’. En dus moest er omgereden en aangeschoven en rondgebeld worden voor de beste koffie, de beste taartjes en pistolets en de beste chocolade.

Al heel vroeg kende ik Antwerpen’s bekendste chocolatiers bij naam. In onze familie was chocolade  aankopen niet iets dat je deed ‘tussen de soep en de patatten’, het was een activiteit die gemakkelijk een hele middag in beslag nam. Een bezoek aan chocolatier Burie was als een soort bedevaart. Burie stond bekend om de steeds wisselende, indrukwekkende chocoladesculpturen in zijn etalage. Mijn eerste noties van chocolade als iets heiligs kregen vorm in die momenten dat ik – door mijn grootmoeder tot eerbied en ontzag aangemaand – aan haar hand voor het etalageraam stond te watertanden.

Kilo’s pralines moet ze in haar leven gekocht hebben, voor zichzelf, maar nog meer voor al wie haar dierbaar was. Koffie, chocolade en taart waren er niet zomaar om de grapjes tijdens familiefeesten mee te doorspekken, het kwam telkens met een nadrukkelijke eerbied op tafel. Dankzij haar is gezelligheid voor mij een tafel met lachende mensen errond, zoetigheid in ons midden en een zekere sacrale gloed eromheen. Nu mijn grootmoeder verdwenen is van het hoofd van die tafel, rest ons nog de zoetigheid, gedeeld genot en de les die Rosa me leerde: geniet nooit met mate.

~~~~~

Dit is Pantoufle’s zesde column voor het magazine koffieTcacao. Deze column vind je in hun zesde nummer, in de winkel of in jouw lokale koffieplek vanaf 15 oktober 2013. Post je reacties op Facebook!