Illustration: George Retseck

Column ‘koffieTcacao #4′:
Curieuzeneuzemosterdpot

Wetenschappers en aromakunstenaars zoals chocolademakers, koffiebranders en koks zijn ontdekkingsreizigers als dichters met een soortgelijke drang. Het is die drang, die onstilbare nieuwsgierigheid, die mij in de cacaoboomgaarden van Hawaii bracht. Een verlangen dat zich al snuffelend en tastend een weg baant. En de gepassioneerd nieuwsgierigen zelf? Die noemen we in het Vlaams curieuzeneuzemosterdpotten. Mensen die overal hun neus willen insteken.

Maar ik wijk een beetje af, want ik wil het weer eens over chocola hebben. En haar geur. Vandaar de neuzen. Ik hou van het Engelse woord voor onze geurzin: ‘olfactory system’. Het suggereert een ouderwetse fabriek die diep in ons brein, dag en nacht, op volle toeren is. Een ondergrondse beeldfabriek als een droom waarin je je lippen beweegt om iets te zeggen maar je niet uit je woorden geraakt.

Ik moet altijd lachen als de wetenschap dingen ‘ontdekt’ die curieuzeneuzemosterdpotten al lang wisten: de magie van chocolade is voor een deel toe te schrijven aan alchemie. Fermenteren, roosteren en grillen verhoogt het aantal aanwezige geurcomponenten (in chocolade: 600!) en dus ook de aantrekkingskracht op de menselijke neus.

Geur is de ongrijpbaarste van de zintuigen. Mystiek en vluchtig. Geur was ons oorspronkelijke brein. Pas miljoenen jaren later veroverde taal onze hersenen, maar tot op vandaag bezetten taal en geur aparte hersenhelften, wat verklaart waarom een geur vaak zo moeilijk te omschrijven is. Onze reukzin gaat hand in hand met emotie, herinnering en instinct. Het is het wilde dier op het puntje van de tong dat maar niet gekooid wil worden.

Het is dat wilde dier dat ik wil ontmoeten tijdens het chocoladeproeven. Ik doe niets liever dan me verliezen in die paar seconden van puur proeven, la petite mort van het chocoladeproeven zeg maar. En toch, de betovering blijft langer hangen als ik ze daarna ook vertaal: smaken benoemen, landschappen schetsen. Etiketten plakken op de potjes in de geurenbibliotheek van mijn brein waar ik achteraf naar terugkeer. Mijn hoogst eigen sensuele cartografie uittekenen. Eén die laat zien waar ik mijn neus zoal heb ingestoken. Zo werkt proeven: sluit je ogen, verlies je, en krabbel dan weer overeind. En voor je het weet kom je tussen je curieuze neus en het puntje van je tong een stuk verder dan je denkt.

~~~~~

Dit is Pantoufle’s vierde column voor het magazine koffieTcacao. Deze column vind je in hun vierde nummer, in de winkel of in jouw lokale koffieplek vanaf 11 juni 2013. Post je reacties op Facebook!

Illustratie: George Retseck