Chocolade zeevruchten

Column ‘koffieTcacao #11′:
Zeevruchten

Elke keer wanneer de deadline voor deze column nadert, rolt er iets van chocolade mijn richting uit. Deze keer stond de buurvrouw op mijn schrijfdag aan de deur met een veelbelovend doosje. Op schrijfdagen heb ik vaak last van uitstelgedrag, en dus trof ze me terwijl ik de garage stond op te ruimen. Met een bedankje voor een kleine dienst en de mededeling “voor je moeder”, drukte ze me een langwerpig wit doosje in handen.

De buren waren aan de Belgische kust op vakantie geweest en wij hadden hen in hun afwezigheid een dienst bewezen die geen van ons allen enige moeite had gekost. Toch nam ik het geschenkje blij aan. Zonder aarzelen liep ik ermee naar de keuken waar ik het een seconde lang op het aanrecht liet staan. Geen vezel in mijn lijf die er aan dacht om het doosje niet open te maken. En dus ging de strik eraf en de flapjes open. Blinkende, wit-bruine chocolaatjes in de vorm van schelpjes, zeepaardjes en zeesterren.

Als kind noemden we dit suikergoed kortweg ‘zeevruchten’. Zeevruchten zien er kitscherig uit, als aan elkaar gekleefde mini plastic zandbakvormpjes. Als ze op tafel staan verontrusten ze niet enkel door hun uiterlijk, maar ook door hun geparfumeerde, vanille-zoete geur die zelfs vanop redelijke afstand je neus penetreert. Op weg naar de mond smelten ze meteen korrelig in je vingers en eens op de tong verworden ze tot een plakkerige brij die je noodgedwongen als één geheel naar binnen slikt.

Ik at er één, dan twee, ging weer even naar de garage en kwam daarna terug voor meer. Al snel raakte ik de tel kwijt. De buurvrouw had nogal benadrukt dat het doosje voor mijn moeder was, maar had ze mij ook niet bedankt voor die dienst? En hielp ik haar later op de dag niet uit de nood door haar iets te lenen? Bovendien was mijn moeder op vakantie en was ze niet gek op dit soort snoepgoed. Het doosje zou weken onaangeroerd in de ijskast staan.

Als kind al was dat een beproeving. Mijn moeder kocht elke week ‘zeevruchten’ op de markt en bewaarde ze in een porseleinen doosje in de boekenkast. Wanneer zij dan in de keuken was en ik een zeevrucht wilde stelen (of twee, of drie), moest ik het dekseltje met de grootste zorg openmaken, want de minste tik produceerde een voor het schaaltje karakteristieke klank, als een klein belletje, dat me zou verraden.

Ik checkte de boekenkast. Yep, het schaaltje stond er nog. Leeg weliswaar. Ik tikte even met het dekseltje. Niet meer zo spannend. Waarop ik prompt mijn eetlust verloor.

~~~~~

Dit is Pantoufle’s elfde column voor het magazine koffieTcacao. Deze column vind je in hun elfde nummer, in de winkel of in jouw lokale koffieplek vanaf september 2014. Post je reacties op Facebook!